hajsik haslo kalendarz book1 book2 paper pin graphs headphones swinka torba zegarek zegarek2certyfikaty biznesman certyfikat email fb plus arrow-light-top arrow-light-bot arrow-light-left arrow-light-right arrow-long-top arrow-long-bot arrow-long-left arrow-long-right close
Wybierz rodzaj kursu
Aby poznać szczegółową ofertę wybierz rodzaj kursu!

Test znajomości języka niderlandzkiego. Sprawdź swój poziom!

Rozwiąż bezpłatnie test, a my sprawdzimy Twój poziom z języka obcego.

Zainwestuj 15 minut i sprawdź się.

Gdy pytania staną się zbyt trudne, zakończ test. Jeśli nie znasz odpowiedzi – nie odpowiadaj.

Niezależnie od tego otrzymasz wynik końcowy.

Skontaktujemy się z Tobą w celu dokładnego omówienia wyników testu

i podpowiemy Ci, który z naszych kursów jest najbardziej optymalny do poziomu Twojej wiedzy.

Wat ………… je naam?
1
  • is  
  • zijn  
  • bent  
  • ben
Waar kom je …………?
2
  • vandaar  
  • van  
  • vandaan  
  • vanaf
- ………… gaat het met je? –Prima!
3
  • Waar  
  • Hoe  
  • Wie  
  • Wat
Wij ………… in Amsterdam
4
  • wonen  
  • huren  
  • komen  
  • gaan
Hij ………… een huis in Nederland.
5
  • hebt  
  • hebben  
  • geeft  
  • heeft
………… maandag is het museum gesloten.
6
  • in  
  • op  
  • om  
  • af
………… je graag?
7
  • Leest  
  • Leez  
  • Lees 
  • Les
Wij gaan vanavond ………… de bioscoop.
8
  • naar  
  • in  
  • bij  
  • tot
- ………… is het? – Het is kwart voor twee.
9
  • Hoe lang 
  • Hoe laat  
  • Hoe snel 
  • Hoe vaak
Wij hebben …………
10
  • geld geen 
  • geen geld 
  • niet geld 
  • geld niet
Zullen we vanavond samen …………?
11
  • om eten  
  • te eten
  • om te eten
  • eten
………… in een kopje koffie?
12
  • Heb je geld 
  • Heb je zon 
  • Heb je zin 
  • Heb je tijd
Ik sta om 7 uur …………
13
  • aan  
  • uit 
  • om
  • op
Sorry, wat ………… dit woord?
14
  • begrijpt 
  • bedoelt 
  • betekent
  • bespreekt
Na het werk doe ik meestal …………
15
  • de winkels 
  • winkelen
  • boodschappen
  • boodschap
Ik koop drie bananen, vier peren en zes …………?
16
  • kiwi  
  • kiwis
  • kiwi’s
  • kiwiën
Ik ………… morgen een museum bezoeken.
17
  • heb 
  • ga 
  • doe 
  • zie
Waar gaat u …………?
18
  • tot  
  • toe 
  • naartoe
  • naar
Mijn zus is ouder ………… ik.
19
  • als
  • net
  • dan
  • even zo
In mijn vrije tijd ………… ik graag naar muziek.
20
  • hoor 
  • luister
  • kijk
  • ga
Ik wacht ………… mijn zus.
21
  • op  
  • om
  • uit
  • in
Is dit boek interessant? Nee, het is …………
22
  • lang 
  • saai 
  • kort 
  • langzaam
Zij wil slanker worden ………… zij eet geen snoepjes.
23
  • maar  
  • of
  • omdat
  • dus
Wij hebben een mooi huis in Amsterdam. ………… huis is heel groot!
24
  • Ons
  • Onze
  • Zijn
  • Wij
Wij doen graag …………
25
  • sport
  • met sport
  • aan sport
  • uit sport
Pardon, mevrouw, ik ben ………… het museum.
26
  • op zoek naar 
  • op zoek
  • opzoeken
  • zoeken naar
De vrouw van je zoon is je …………
27
  • schoondochter 
  • vrouw 
  • schoonzus 
  • zwager
Ik ga naar de cursus omdat …………
28
  • ik wil goed Nederlands spreken. 
  • ik spreken goed Nederlands wil.
  • wil ik goed Nederlands spreken.
  • ik goed Nederlands wil spreken.
Spruitjes zijn niet lekker. Ze zijn echt …………
29
  • vies
  • vis
  • vers
  • ver
Wij gaan naar het Stripmuseum want wij ………… strips leuk.
30
  • denken
  • denken dat
  • vinden
  • vinden dat
Ik wil graag die jurken even passen. Waar is de …………?
31
  • paskamer
  • kamer
  • badkamer
  • slaapkamer
Ik bel mijn vriend op. Ik wil ………… iets vragen.
32
  • hem 
  • hij
  • haar
  • zij
Anna moet een presentatie houden voor 100 mensen. Zij is …………
33
  • mooi 
  • zenuwachtig
  • lief
  • stil
- Ik ben vandaag jarig. - …………!
34
  • Gecondoleerd!
  • Beterschap!
  • Gefeliciteerd!
  • Wat jammer!
- Woon je al lang in Amsterdam? – Ja, ik woon ………… al vier jaar.
35
  • waar
  • er
  • in
  • naar
Ik draag een blouse …………
36
  • met hoge haken
  • aan mijn voeten
  • op mijn hoofd
  • met lange mouwen
Wij geven een feest - jij bent ook …………!
37
  • uitgeput
  • uitgenodigd
  • uitgedaan
  • uitgerust
Ik heb buikpijn. Ik moet ………… met mijn huisarts maken.
38
  • een gesprek 
  • een bespreking
  • een afspraak
  • spreekuur
Ik voel me helemaal niet lekker. Ik heb last van hoofdpijn en …………!
39
  • koor
  • kort
  • koorts
  • koren
De krant ………… op tafel.
40
  • legt
  • ligt
  • liegt
  • leegt
Gisteren …………
41
  • zijn we naar de bioscoop gegaan.
  • we naar de bioscoop gingen.
  • hebben we naar de bioscoop gegaan.
  • zijn we naar de bioscoop gaan.
Mijn ouders hebben een nieuwe auto …………
42
  • gekookt
  • gekocht
  • kopen
  • verkopen
Drie maanden ………… ben ik in Nederland geweest.
43
  • vorig 
  • volgend
  • verleden
  • geleden
Mijn rijbewijs is gestolen en ik wil een nieuw rijbewijs …………
44
  • aanvragen
  • aannemen
  • aanvaarden
  • aangeven
Deze kamer is al gemeubileerd dus je …………
45
  • moet meubels kopen
  • hebt meubels nodig
  • hebt behoefte aan meubels
  • hoeft geen meubels te kopen
………… ik klein was, woonde ik in Utrecht.
46
  • Als
  • Toen
  • Waar
  • Dan
Ik ben ………… voor mijn examen. Ik ben heel blij!
47
  • geslaagd
  • geslagen
  • gezakt
  • gedaan
………… niet uit te checken met je OV-Chipkaart!
48
  • Vergeef 
  • Vergeet
  • Vergis
  • Verklaar
- Ik heb last van stres, ik werk te veel en ik heb het altijd druk. – Probeer eens wat meer …………
49
  • te ontbijten.
  • te ontspannen.
  • te ontkennen.
  • te ontcijferen.
Kunt u mijn boodschap aan mevrouw Bakker …………?
50
  • opgeven
  • opbellen
  • doorlopen
  • doorgeven
Zakończ
Gratulujemy!
Prosimy o wypełnienie formularza. Konsultant Profi-Lingua skontaktuje się z Tobą najszybciej, jak będzie to możliwe i omówi wyniki testu.
https://www.profi-lingua.pl/thank-you-page/


Wyrażam zgodę na przetwarzanie danych osobowych w celu informowania o produktach i usługach pozostałych podmiotów Grupy Wydawniczej WSiP oraz podmiotów współpracujących ze WSiP, działających na rynku edukacyjnym i wydawniczym.
SMS-em
e-mailem
drogą telefoniczną (kontakt z konsultantem)


Wyślij


Dziękujemy
Serwis używa cookies!

Kontynuując zgadzasz się na naszą politykę prywatności.

OK, zgadzam się
OK, zgadzam się
arrow-long-left
Sprawdź się na bezpłatnym teście! Rozwiąż bezpłatny placement test, a my sprawdzimy Twój poziom z języka obcego. Zainwestuj 15 minut i sprawdź się. Gdy pytania staną się zbyt trudne, zakończ test. Jeśli nie znasz odpowiedzi – nie odpowiadaj. Niezależnie od tego otrzymasz wynik końcowy. Skontaktujemy się z Tobą w celu dokładnego omówienia wyników testu i podpowiemy Ci, który z naszych kursów jest najbardziej optymalny do poziomu Twojej wiedzy.

Zapomniałeś hasło?

Wypróbuj wersję demo

Wersja demo

Załóż konto