Rozwiązanie testu zajmie Ci tylko kilka minut!

Jeśli nie znasz odpowiedzi, przejdź do kolejnego pytania. Wynik otrzymasz drogą mailową,
a nasi eksperci skonsultują go z Tobą.

1. Wat ………… je naam?

2. Waar kom je …………?

3. - ………… gaat het met je? –Prima!

4. Wij ………… in Amsterdam

5. Hij ………… een huis in Nederland.

6. ………… maandag is het museum gesloten.

7. ………… je graag?

8. Wij gaan vanavond ………… de bioscoop.

9. - ………… is het? – Het is kwart voor twee.

10. Wij hebben …………

11. Zullen we vanavond samen …………?

12. ………… in een kopje koffie?

13. Ik sta om 7 uur …………

14. Sorry, wat ………… dit woord?

15. Na het werk doe ik meestal …………

16. Ik koop drie bananen, vier peren en zes …………?

17. Ik ………… morgen een museum bezoeken.

18. Waar gaat u …………?

19. Mijn zus is ouder ………… ik.

20. In mijn vrije tijd ………… ik graag naar muziek.

21. Ik wacht ………… mijn zus.

22. Is dit boek interessant? Nee, het is …………

23. Zij wil slanker worden ………… zij eet geen snoepjes.

24. Wij hebben een mooi huis in Amsterdam. ………… huis is heel groot!

25. Wij doen graag …………

26. Pardon, mevrouw, ik ben ………… het museum.

27. De vrouw van je zoon is je …………

28. Ik ga naar de cursus omdat …………

29. Spruitjes zijn niet lekker. Ze zijn echt …………

30. Wij gaan naar het Stripmuseum want wij ………… strips leuk.

31. Ik wil graag die jurken even passen. Waar is de …………?

32. Ik bel mijn vriend op. Ik wil ………… iets vragen.

33. Anna moet een presentatie houden voor 100 mensen. Zij is …………

34. - Ik ben vandaag jarig. - …………!

35. - Woon je al lang in Amsterdam? – Ja, ik woon ………… al vier jaar.

36. Ik draag een blouse …………

37. Wij geven een feest - jij bent ook …………!

38. Ik heb buikpijn. Ik moet ………… met mijn huisarts maken.

39. Ik voel me helemaal niet lekker. Ik heb last van hoofdpijn en …………!

40. De krant ………… op tafel.

41. Gisteren …………

42. Mijn ouders hebben een nieuwe auto …………

43. Drie maanden ………… ben ik in Nederland geweest.

44. Mijn rijbewijs is gestolen en ik wil een nieuw rijbewijs …………

45. Deze kamer is al gemeubileerd dus je …………

46. ………… ik klein was, woonde ik in Utrecht.

47. Ik ben ………… voor mijn examen. Ik ben heel blij!

48. ………… niet uit te checken met je OV-Chipkaart!

49. - Ik heb last van stres, ik werk te veel en ik heb het altijd druk. – Probeer eens wat meer …………

50. Kunt u mijn boodschap aan mevrouw Bakker …………?

Wszystkie kursy językowe